vlotten - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
vlotten vlotte gevlot
zwak -t volledig

Werkwoord

vlotten

  1. voortgang maken
    Omdat Montebello, wie niets ontging, moet hebben gemerkt dat de conversatie niet wilde vlotten, begon hij uit zijn hoofd in het Frans poëzie te citeren, waarvan ik vermoedde dat het haar woorden waren.[2]
  2. voortdurend geleidelijk veranderen
  3. in de vorm van een vlot naar een andere plaats brengen
  4. drijven
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

de vlotten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vlot

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "vlotten" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 31
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Middelnederlands

Werkwoord

vlotten

  1. drijven, varen
  2. vloeien
  3. over het water vervoeren
Overerving en ontlening