volslank - WikiWoordenboek (original) (raw)

1. slank met ronde vormen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen volslank volslanker volslankst
verbogen volslanke volslankere volslankste
partitief volslanks volslankers -

Bijvoeglijk naamwoord

volslank

  1. slank met ronde vormen
    • Eimers begint energiek, lichtvoetig, swingend met haar volslanke lijf. [4]
  2. (eufemisme) gezet, dik
    • Een vrolijke, volslanke, vrouwelijke collega, niet zonder zelfspot, voelde duidelijk enige weerstand om met haar volle gewicht op haar ballon te gaan zitten. [5]
Antoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. "volslank" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. volslank op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Takken, W. Briljant spel in `Virginia Woolf' (8 april 2005) op website: nrc.nl; geraadpleegd 2017-05-24
  5. Nederstigt, L. Ballonnen (22 februari 2017) op website: nrc.nl; geraadpleegd 2017-05-24
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be