vors - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vors
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘kikvorsachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vorsen |
vors
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vorsen
- Ik vors.
- gebiedende wijs van vorsen
- Vors!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vorsen
- Vors je?
Gangbaarheid
- Het woord vors staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Verwijzingen
- ↑ "vors" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
Afrikaans
Uitspraak
Woordafbreking
- vors
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vors | vorste |
vors
| stamtijd | |
|---|---|
| infinitief | voltooid deelwoord |
| vors | gevors |
| volledig |
Werkwoord
vors
- onovergankelijk (zeldzaam) vorsen, onderzoeken