vrachtwagen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Een vrachtwagen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vrachtwagen vrachtwagens
verkleinwoord vrachtwagentje vrachtwagentjes

Zelfstandig naamwoord

de vrachtwagen m

  1. (verkeer) een wagen voor goederenvervoer
    Tot mijn grote schrik zag ik twee koplampen op me afkomen en ik schreeuwde en zwaaide zo hard ik kon in de hoop de bestuurder van een reusachtige vrachtwagen tot stoppen te bewegen.[1]
    Een kleine groep boeren blokkeert woensdagochtend opnieuw een distributiecentrum van ALDI in Drachten. Eén van de ALDI-vrachtwagens buiten de hekken kon door drie trekkers geen kant meer op.[2]
Synoniemen
Vertalingen

1. een wagen voor goederenvervoer

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen