vrat - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking

Werkwoord

vervoeging van
vreten

vrat

  1. enkelvoud verleden tijd van vreten
    • Ik vrat.
    • Jij vrat.
    • Hij, zij, het vrat.

Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders;
42 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord vrat vratte
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

vrat

  1. wrat

Meer informatie

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

vrat

  1. genitief meervoud van vrata
Anagrammen