vuilnis - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vuilnis -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

het vuilnis o

  1. materiaal dat weggeworpen wordt
    • 's Woensdags wordt het vuilnis opgehaald.
      Het gaat om de afvalbakken in de Texelsestraat, schrijft regionale omroep Rijnmond. Daar worden elke dag volle vuilniszakken naast gezet. "Ratten zijn dol op etensresten uit de zakken", zegt een woordvoerder van de gemeente. "Daarom is het belangrijk om vuilnis altijd in de afvalbak te gooien."[2]
Synoniemen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. materiaal dat weggeworpen wordt

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "vuilnis" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 19 april 2025 Weblink bron “Projectie van rat moet Rotterdammers overhalen afval in de container te gooien” (woensdag 19 februari 2025), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be