vurig - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vurig vuriger vurigst
verbogen vurige vurigere vurigste
partitief vurigs vurigers -

Bijvoeglijk naamwoord

vurig

  1. met brandende hartstocht
    • Zijn vurigste verlangen ging daarmee in vervulling.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

1.

Engels: ablaze (en), afire (en), aflame (en), aglow (en), ardent (en), full of zeal (en), lively (en), vivacious (en), zealous (en) Spaans: ardiente (es), ferviente (es), fervoroso (es), impetuoso (es), ígneo (es)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. vurig op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be