vuurwapen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vuurwapen vuurwapens
verkleinwoord vuurwapentje vuurwapentjes

Zelfstandig naamwoord

het vuurwapen o

  1. een wapen dat een kogel schiet met behulp van een chemische ontploffing
    Bij de inval werd een vuurwapen gevonden. Mogelijk is dat het wapen waarmee de moorden zijn gepleegd. Tussen 21 december en 2 januari werden drie oudere mannen doodgeschoten. Het gaat om mannen van 63, 58 en 81 jaar.[1]
    • Geweren, pistolen en machinepistolen zijn vuurwapens.
Vertalingen

1. een wapen dat een kogel schiet met behulp van een chemische ontploffing

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen