wagon - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wagon wagons
verkleinwoord wagonnetje wagonnetjes

Zelfstandig naamwoord

de wagon m

  1. (spoorwegen) een spoorvoertuig voor het vervoer van goederen
    • De goederen werden in de wagons geladen.
  2. bij uitbreiding: ieder spoorvoertuig, niet zijnde een locomotief
    • Deze trein bestaat uit een locomotief met zestien wagons.
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

1. een voertuig dat deel uitmaakt van een trein

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "wagon" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
wagon wagons

Zelfstandig naamwoord

wagon

  1. (spoorwegen) wagon
  2. (transport) bolderkar
  3. (horeca) dinerwagon
  4. (verkeer) stationcar
  5. (informeel) politiewagen waarin gevangenen worden vervoerd
Synoniemen

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
wagon le wagon wagons les wagons

Zelfstandig naamwoord

wagon m

  1. (spoorwegen) wagon

Verwijzingen