wakker - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wak·ker
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘niet slapend’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | wakker | wakkerder | wakkerst |
| verbogen | wakkere | wakkerdere | wakkerste |
| partitief | wakkers | wakkerders | - |
Bijvoeglijk naamwoord
wakker
- niet in slaap, op
▸ Pietje werd er wakker van en liep vlug naar het rillende dier toe.[2]
▸ Midden in de nacht schrok ik wakker doordat de deur met een klap opensloeg.[3] - oplettend
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Bijvoeglijk naamwoord
wakker
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van wak
Gangbaarheid
- Het woord wakker staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "wakker" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
Verwijzingen
- ↑ "wakker" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat
, p. 11 - ↑
Tim Voors
“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be