wandelen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
wandelen wandelde gewandeld
zwak -d volledig

Werkwoord

wandelen

  1. ergatief gericht een wandeling maken
    • Ik ben gisteren naar de Griete gewandeld.
      De moeder van 11 kinderen had pas op latere leeftijd het wandelen ontdekt.[3]
  2. inergatief ongericht een wandeling maken
    • Mijn vader heeft altijd veel gewandeld.
      Je ziet natuurlijk wel het verschil tussen een amateur en prof, dat is logisch, maar toch. Ik moet morgen en overmorgen gebruiken om tijdens het wandelen alles in te laten dalen, en mijn geest en lichaam langzaam te transformeren tot Irene.[4]
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
wandelaar wandelaarster wandelafstand wandelarrangement wandelboom wandelbos wandelboulevard wandelbrug wandelbuffet wandelclub wandelcollecte wandelconcert wandeldag wandeldans wandeldek wandeldijk wandeldreef wandelduin wandelende tak wandeletappe wandelevenement wandelfestijn wandelgang wandelgebied wandelgids wandelgroep wandelhanschoen wandelhoofd wandeling wandelkaart wandelklas wandelklasse wandelkostuum wandelkous wandelmars wandelmilt wandelmogelijkheden wandelmogelijkheid wandelnetwerk wandelpad wandelparadijs wandelparcours wandelpark wandelpas wandelpauze wandelpier wandelplaats wandelplezier wandelpool wandelprogramma wandelpromenade wandelradio wandelreis wandelrijden wandelrit wandelroute wandelsafari wandelschoen wandelspier wandelsport wandelstaf wandelstok wandelstraat wandeltempo wandeltijd wandeltocht wandeltoerisme wandeltoilet wandeltraject wandeltred wandeltuin wandelvakantie wandelvereniging wandelvergunning wandelvierdaagse wandelvoet wandelvoordracht wandelwagen wandelweek wandelweer wandelweg wandelzaal wandelzoektocht wandellaan wandelleraar
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "wandelen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. wandelen op website: Etymologiebank.nl

  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia

  4. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw

ofwel van *wandon "zich wenden, zich veranderen", oorsprong van het tegenwoordige "winden"

ofwel van *wandjan "wenden" [1]

Werkwoord

wandelen

  1. zich veranderen
  2. heen en weer gaan, ronddwalen
Overerving en ontlening

Verwijzingen

  1. 1 2 wandelen op website: Etymologiebank.nl