wasgoed - WikiWoordenboek (
original
) (
raw
)
Nederlands
Uitspraak
Geluid
:
wasgoed
(
hulp
,
bestand
)
IPA
:
/ ˈwɑsxut /
(2 lettergrepen)
Woordafbreking
was·goed
Woordherkomst en -opbouw
samenstelling
van
was
en
goed
enkelvoud
meervoud
naamwoord
wasgoed
verkleinwoord
Zelfstandig naamwoord
het
wasgoed
o
textiel dat net gewassen is of nog moet worden gewassen.
▸
Toen er zich iets verroerde in de stapel
wasgoed
had ik eigenlijk weer bij zinnen moeten komen, maar in plaats daarvan raakte ik in paniek en viel ik achterover in het bassin.
[1]
Gangbaarheid
Het woord
wasgoed
staat in de
Woordenlijst Nederlandse Taal
van de Nederlandse Taalunie.
In
onderzoek uit 2013
van het
Centrum voor Leesonderzoek
werd "wasgoed" herkend door:
100 %
van de Nederlanders;
99 %
van de Vlamingen.
[2]
Meer informatie
Zie
Wikipedia
voor meer informatie.
Verwijzingen
↑
Danielle Teller (vert. Marja Borg)
“Er was eens iets anders” (2018),
Ambo/Anthos uitgevers
,
ISBN 9789026346477
↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019
“Word Prevalence Values” op ugent.be