water - WikiWoordenboek (original) (raw)

Water in een glas

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
1 en 2 enkelvoud meervoud
naamwoord water -
verkleinwoord - -
3 tot 7 enkelvoud meervoud
naamwoord water waterswateren
verkleinwoord watertje watertjes

Zelfstandig naamwoord

het water o

  1. vloeistof die zelf helder is, zonder geur of smaak, maar waar veel andere stoffen gemakkelijk in opgaan
    Het water gaat er anders dan voorheen.[4]
    1. (drinken) gebruikt als drank
      Gijs dacht dat het een storm in een glas water was en dus besloten we er niet te veel aandacht aan te geven.[4]
      • Een mens kan geen dag overleven zonder water.
        Er zou die dag namelijk pas na 32 kilometer water te vinden zijn, waardoor ik zeven liter water boven op mijn basisuitrusting mee moest sjouwen.[5]
    2. (scheikunde) vloeistof waarv#an de moleculen bestaan uit één atoom zuurstof en twee atomen waterstof (H2O)
      • Vaak wordt water gebruikt als oplosmiddel.
  2. (meteorologie) regenwater; veel voorkomende neerslag
    • Er viel zodanig veel water op korte tijd dat de riolen het niet meer aankonden.
  3. (enkel in het meervoud) stuk zee dat aan (g)een bepaald land toebehoort
    • We bevinden ons nu in internationale wateren.
  4. (geologie) natuurlijke bedding waarin zich water bevindt
    Of van een kennis die jou met je kop vol xtc van een brug had geplukt, klaar om in het water te springen.[4]
    Ik steek mijn teen in het frisse water voor me.[4]
  5. (biologie) vloeistof in het lichaam (m.n. urine)
  6. doorzichtigheid of helderheid van een diamant
  7. golvende weerschijn van geweven stoffen
  8. (effectenhandel) obligatie zonder onderpand; leeg aandeel
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
boven water kokend water koud water liter water lucht/water-warmtepomp onder water schoon water stromend water te water warm water zout water
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

water

[1]: bang zijn zich aan koud water te branden overdreven voorzichtig te werk gaan [1]: boven water komen bovenkomen [1]: Het water loopt hem in de mond. Hij heeft er heel veel trek in. [1]: water naar de zee dragen onnodig werk verrichten [1]: water bij de wijn doen meer verdragen, toegeven, door de vingers zien [1]: water en vuur gezworen vijanden [1]: water zien branden zeer verwonderd kijken [1]: zij lijken op elkaar als twee druppels water zij zijn niet te onderscheiden [1]: leven als een vis(je) in het water onbekommerd, onbezorgd leven [1]: zich als een vis in het water voelen zich volledig thuis, op z'n gemak voelen [1]: in zulk water vangt men zulke vissen van zo'n volk kun je zulke dingen verwachtenvan dergelijke daden kan men zulke gevolgen verwachten [1]: waar de dijk het laagst is, loopt het water het eerst over rampen treffen de armen het eerst [1]: het water loopt altijd naar zee waar wat is, komt altijd wat bij [1]: het water komt al aan de lippen de nood is hoog [1]: het hoofd boven water houden zich staande houden [1]: Gods water over Gods akker laten lopen zich om niets bekommerenin troebel water vissen [1]: Hij is van alle wateren gewassen. Hij is zeer sluw. [1]: hij is weer boven water gekomen hij is weer teruggekomen / hij heeft weer teruggevonden (na lange afwezigheid) [1]: het is boven water gehaald het is weer gevonden / opgespoord [1]: het is in het water gevallen het is mislukt [1]: het water treedt buiten zijn oevers er vindt een overstroming plaats [1]: onder water staan overstroomd zijn [1]: van het zuiverste water in hoogste graad [1]: zo vlug als water beweeglijk [1]: op water en brood zitten in de gevangenis zitten [1]: een storm in een glas water veel ophef maken over iets dat de moeite niet waard is [1]: het water opgaan gaan varen [1]: water maken (scheepvaart) lek zijn(scheepvaart) water inlatend [1]: te water laten een schip van de kant af in het water zetten [1]: water lozen urineren
Vertalingen

Zie vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
wateren

water

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wateren
    • Ik water.
  2. gebiedende wijs van wateren
    • Water!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wateren
    • Water je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "water" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. water op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. 1 2 3 4
    Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471

  5. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Achterhoeks

Zelfstandig naamwoord

water

  1. (scheikunde) water; een geurloze, kleurloze en smaakloze vloeistof waarvan de moleculen bestaan uit één atoom zuurstof en twee atomen waterstof (H2O)
Schrijfwijzen

Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord water waters
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

water [A]

  1. (scheikunde) water; een geurloze, kleurloze en smaakloze vloeistof waarvan de moleculen bestaan uit één atoom zuurstof en twee atomen waterstof (H2O)
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Werkwoord

water [B]

  1. wateren, plassen, urineren; het via de blaas lozen van lichamelijke afvalstoffen in de vorm van vloeistof
Afgeleide begrippen

Bislama

Zelfstandig naamwoord

water

  1. water

Drents

Zelfstandig naamwoord

water

  1. (scheikunde) water; een geurloze, kleurloze en smaakloze vloeistof waarvan de moleculen bestaan uit één atoom zuurstof en twee atomen waterstof (H2O)
Schrijfwijzen

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 364
enkelvoud meervoud
water waters

Zelfstandig naamwoord

water

  1. (scheikunde) water
  2. (aardrijkskunde) natuurlijke bedding waarin zich water bevindt
  3. mv (aardrijkskunde) (VK) rivier, binnenmeer, plas
  4. vloeistof in het lichaam
  5. doorzichtigheid of helderheid van een diamant
  6. een (transparante) vloeistof
  7. (anatomie) (VK: mv) (spreektaal) amniotische blaas, omgeven door een beschermende membraan of vlies
    «"As soon as I stood up, my water broke. It happened so fast. As soon as it happened, I was like, oh no, oh God. Please, please don't let me have this baby in a restroom," she told Inside Edition.»[1]
    "Toen ik juist opstond, braken mijn vliezen. Het gebeurde zo snel. Toen het gebeurde, dacht ik, oh nee, oh God. Alsjeblieft, alsjeblieft laat me niet in een toilet bevallen ," zei ze tegen Inside Edition.
  8. (effectenhandel) obligatie zonder onderpand; leeg aandeel
Uitdrukkingen en gezegden
  1. «Still waters run deep»
    stille wateren hebben diepe gronden
    «the waste of waters»
    troosteloze watervlakte
    «That story doesn't hold water
    Dat verhaal houdt geen steek.
vervoeging
onbepaalde wijs to water
he/she/it waters
verleden tijd watered
voltooid deelwoord watered
onvoltooid deelwoord watering
gebiedende wijs water

Werkwoord

water

  1. besproeien, besprenkelen.
    «Sally watered the roses.»
    Sally besproeide de rozen.
  2. water geven.
    «I need to go water the cattle.»
    Ik moet het vee water gaan geven.
  3. wateren, urineren.
    «He watered against the wall.»
    Hij plaste tegen de muur.
  4. tranen
    «Chopping onions makes my eyes water»
    Van uien te snijden gaan mijn ogen tranen.
Uitdrukkingen en gezegden

in hot water

  1. (figuurlijk) in verdrukking
    «Bikini brand Farron Swim in hot water over missing orders [2]»
    Bikinimerk Farron Swim in verdrukking over ontbrekende bestellingen

to be in hot water

  1. (figuurlijk) in verdrukking zijn

to get in hot water

  1. (figuurlijk) in verdrukking komen

to get into hot water

  1. (figuurlijk) in nauwe schoentjes brengen / in verdrukking brengen

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 30 juli 2121 Weblink bron
    Kate Fowler
    “Mom Gives Birth in Gas Station Bathroom Alone, Dubbed 'Superwoman'” (19 juli 2121) op newsweek.com
  2. The Sydney Morning Herald, 30 december 2017
    'Another Shakuhachi': bikini brand Farron Swim in hot water over missing orders
    Schrijfster: Melissa Singer (geraadpleegd 2017-12-30)

Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

water m mv

  1. (spreektaal) toilet [1]

Verwijzingen

  1. Wouw, Berry van de, Woordenboek populair Frans - Nederlands. Woordenboek van het Frans dat u op school nooit leerde, 2e druk, Breda: Uitgeverij Arti-Choc, 2014; p. 215

Limburgs

Uitspraak
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

water o

  1. (scheikunde) water; een geurloze, kleurloze en smaakloze vloeistof waarvan de moleculen bestaan uit één atoom zuurstof en twee atomen waterstof (H2O)
Verbuiging
enkelvoud meervoud
geheel gemuteerd verkleind gemuteerd verkleind geheel gemuteerd verkleind gemuteerd verkleind
nominatief water - waeterke - waeter - waeterkes -
genitief waters - waeterkes - waeter - waeterkes -
locatief wateres - watereske - waterese - watereskes -
datief watere - waeterke - waeter - waeterkes -
accusatief water - waeterke - waeter - waeterkes -
Afgeleide begrippen
bibberwater birkewater blöswater drinkwater gróndjwater hoeagwater kletswater móndjwater oetwaetere reukwater ruukwater selswater sjaerwater sjóttelewater sókkerwater spraekwater stinkwater vuurwater waeterke waswater wateraor waterdamp watere waterflins waterhoes waterjuffer waterkaad waterkop waterkrach waterkroek waterleijing waterloos waterluip watermeule watersjap Watersjei watersjroef waterspeel waterspeel waterval watervèrf waterwaeg waterzoeaj wienwater zaatwater zeipwater

Middelengels

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

water

  1. (scheikunde) water; een geurloze, kleurloze en smaakloze vloeistof waarvan de moleculen bestaan uit één atoom zuurstof en twee atomen waterstof (H2O)
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening

Middelnederduits

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

water o

  1. (scheikunde) water; een geurloze, kleurloze en smaakloze vloeistof waarvan de moleculen bestaan uit één atoom zuurstof en twee atomen waterstof (H2O)
Overerving en ontlening

Verwijzingen

  1. water op website: Etymologiebank.nl

Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
nominatief water watre
genitief waters watre
datief water, watre watren
accusatief water watre

Zelfstandig naamwoord

water o

  1. (scheikunde) water; een geurloze, kleurloze en smaakloze vloeistof waarvan de moleculen bestaan uit één atoom zuurstof en twee atomen waterstof (H2O)
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening

Verwijzingen

  1. water op website: Etymologiebank.nl
  2. Vroegmiddelnederlands Woordenboek
  3. Middelnederlandsch Woordenboek

Nedersaksisch

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord water waters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

water o

  1. (scheikunde) water; een geurloze, kleurloze en smaakloze vloeistof waarvan de moleculen bestaan uit één atoom zuurstof en twee atomen waterstof (H2O)
Schrijfwijzen
Water wäter waeter waoiter waoter woater Woter wotter wouter

Meer informatie

Oost-Fries

Zelfstandig naamwoord

water

  1. (scheikunde) water; een geurloze, kleurloze en smaakloze vloeistof waarvan de moleculen bestaan uit één atoom zuurstof en twee atomen waterstof (H2O)
Schrijfwijzen

Sallands

Zelfstandig naamwoord

water

  1. (scheikunde) water; een geurloze, kleurloze en smaakloze vloeistof waarvan de moleculen bestaan uit één atoom zuurstof en twee atomen waterstof (H2O)
Schrijfwijzen

Twents

Zelfstandig naamwoord

water

  1. (scheikunde) water; een geurloze, kleurloze en smaakloze vloeistof waarvan de moleculen bestaan uit één atoom zuurstof en twee atomen waterstof (H2O)

Veluws

Zelfstandig naamwoord

water

  1. (scheikunde) water; een geurloze, kleurloze en smaakloze vloeistof waarvan de moleculen bestaan uit één atoom zuurstof en twee atomen waterstof (H2O)
Schrijfwijzen

Wymysoojs

Zelfstandig naamwoord

water o

  1. (meteorologie) bliksem; lichtgevende stralen die uit de hemel barsten bij onweer ten gevolge van een elektrische ontlading
Schrijfwijzen