weerleggen - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |
| weerleggen | weerleggend |
| weerlegging | weerlegd |
Uitspraak
- Geluid: weerleggen (hulp, bestand)
Woordafbreking
- weer·leg·gen
Woordherkomst en -opbouw
- samenstelling van weer bw en leggen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| weerleggen | weerlegde | weerlegd |
| zwak -d | volledig |
Werkwoord
weerleggen
- overgankelijk een eerdere bewering ontkrachten
- Het bestaan van een alles doordringende ether werd in een experiment weerlegd.
▸ Maar nu luisterde hij voor de eerste maal met ingenomenheid naar deze woorden en hij trachtte ze niet in zichzelf te weerleggen.[1]
- Het bestaan van een alles doordringende ether werd in een experiment weerlegd.
Vertalingen
1. een eerdere bewering ontkrachten
Gangbaarheid
- Het woord weerleggen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "weerleggen" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |