weerlicht - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord weerlicht weerlichten
verkleinwoord weerlichtje weerlichtjes

Zelfstandig naamwoord

weerlicht o m [3] [4]

  1. lichtverschijnsel door elektrische ontlading (bliksem) bij onweer op afstand, waarbij de donder niet hoorbaar is.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
weerlichten

weerlicht

  1. onpersoonlijke tegenwoordige tijd van weerlichten

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "weerlicht" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. weerlicht op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be