wiet - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
1. Een joint wordt gedraaid door wiet in een vloeitje te rollen.
Uitspraak
Gelijkklinkende woorden
Woordafbreking
- wiet
Woordherkomst en -opbouw
- fonetisch van Amerikaans-Engels weed "marihuana" [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wiet | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
de wiet m
- benaming voor de als roesmiddel gebruikte gedroogde toppen van de vrouwelijke hennepplant, Cannabis sativa
- Je moet echt stoppen met het roken van wiet!
▸ Gelukkig werd er alleen wiet gevonden, dat wel geconfisqueerd werd maar waar verder geen straffen voor werden uitgedeeld.[2]
▸ Hennepbloemen bevatten minder dan 0,5 procent THC, de stof in cannabis waar je high van wordt. Ze worden gebruikt in cosmetica, farmaceutische producten, of, in landen waar dat mag, om te roken. "Een soort alcoholvrij bier, maar dan voor wiet", beschrijft ondernemer Cusani.[3]
- Je moet echt stoppen met het roken van wiet!
- (tuinbouw) benaming voor hennep, Cannabis sativa
, gekweekt om er roesmiddel van te maken
▸ „Wij werken samen met Wageningen University & Research, doen onderzoek naar medicinale wietteelt, en weten wat wel en niet werkt”, zegt Rau. „Weinig partijen hebben ervaring met teelt op grote schaal, in kassen. Dan heb je te maken met vier jaargetijden die invloed hebben op de wiet in de kas. Daar kan veel meer mis gaan dan als je wiet op een zolderkamertje teelt: er kunnen infecties optreden of schimmels. Wij hebben die ervaring wel.”[4]
Synoniemen
- weed
- [1] marihuana
- [2] hennepplant, wietplant
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
| hasjcake hasjhandel hasjhond | hasjiesjmode hasjroker hasjsmokkel | hasjsmokkelaar hasjvangst hennepnetel | hennepolie henneppapier hennepproduct |
|---|
Verwante begrippen
- hasj, marihuana, coffeeshop, joint, pijp, waterpijp, Skunk, cannabis, hennep, softdrugs, gedoogbeleid, plantage, stoned, high
Vertalingen
1. een softdrug die bestaat uit gedroogde hennep
Gangbaarheid
- Het woord wiet staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "wiet" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 97 % | van de Vlamingen.[5] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ wiet op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Tim Voors
“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
- ↑
Weblink bron
Heleen D'Haens
“Hennepverbod Italië wekt verbazing: 'net zo gevaarlijk als een kerstomaatje'” (13 april 2025), NOS - ↑
Weblink bron
Bram Endedijk & Philippus Zandstra
“Legaal wiet kweken, maar wie gaat het doen?” (6 februari 2020) op nrc.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Limburgs
Uitspraak
- IPA: /(x)wi(ː)t/ (Etsbergs)
Bijvoeglijk naamwoord
wiet
Zelfstandig naamwoord
wiet o
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| geheel | gemuteerd | verkleind | gemuteerd verkleind | geheel | gemuteerd | verkleind | gemuteerd verkleind | |
| nominatief | wiet | - | - | - | wieter | - | - | - |
| genitief | wiets | - | - | - | wieter | - | - | - |
| locatief | wietes | - | - | - | wietese | - | - | - |
| datief | wiete | - | - | - | wieter | - | - | - |
| accusatief | wiet | - | - | - | wieter | - | - | - |