wonder - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wonder wonderen
verkleinwoord wondertje wondertjes

Zelfstandig naamwoord

het wonder o

  1. een gebeurtenis waaraan een bovennatuurlijke oorsprong toegeschreven wordt en die men niet anderszins logisch kan verklaren
    • Het was echt een wonder dat hij dat ongeluk overleefd heeft.
  2. een natuurlijke gebeurtenis die eigenlijk zo bijzonder is dat het wel een bovennatuurlijke oorsprong lijkt te hebben
    Ik geloof in de kracht van de natuur, in het wonder van de seizoenen, en de elementen die continu in beweging zijn.[2]
  3. een natuurlijke handeling die een probleem wel heel goed weet op te lossen
    Gelukkig deden af en toe ’s avonds een jointje, minder werken, minder koffie en vlees en vaker hardlopen en zwemmen wonderen.[2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. een gebeurtenis waaraan een bovennatuurlijke oorsprong toegeschreven wordt

stellend
onverbogen wonder
verbogen wondere
partitief wonders

Bijvoeglijk naamwoord

wonder

  1. verwondering en verbazing veroorzakend
    • Welkom in de wondere wereld van Windows 7. [3]
Uitdrukkingen en gezegden

heel erg bijzonder, heel onwaarschijnlijk

Ik verklaarde vaak dat ik er niet meer tegen kon, dat ik anders was dan zij, en dan zei ze: '0, zeker omdat ik dom ben en jij zo slim?' Ik had vaak gebeld naar aanleiding van advertenties waarin stond dat ervaring onbelangrijk was, en dan klonken de mensen heel aardig, maar als ik dan in levenden lijve voor ze stond, bleek de baan wonder boven wonder steeds vergeven te zijn.[4]

Werkwoord

vervoeging van
wonderen

wonder

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wonderen
    • Ik wonder.
  2. gebiedende wijs van wonderen
    • Wonder!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wonderen
    • Wonder je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "wonder" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. 1 2
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Windows 7 voor Dummies

  4. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

wonder

  1. wonder o.

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
vervoeging
onbepaalde wijs to wonder
he/she/it wonders
verleden tijd wondered
voltooid deelwoord wondered
onvoltooid deelwoord wondering
gebiedende wijs wonder

Werkwoord

wonder

  1. overgankelijk verbazen
    «The gymnast wondered the crowd with her flexibility and agility.»
    De gymnast verbaasde de menigte met haar lenigheid en behendigheid.
  2. onovergankelijk ~ whether/if/about: zich afvragen.
    «I wonder whether it is possible to find an easy and effective solution.»
    I vraag me af of het mogelijk is een gemakkelijke en doeltreffende oplossing te vinden.

Zelfstandig naamwoord

wonder

  1. wonder o.