wonderkind - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wonderkind wonderkinderen
verkleinwoord wonderkindje wonderkindjes

Zelfstandig naamwoord

het wonderkind o

  1. kind dat al heel jong over een bijzondere begaafdheid beschikt
    • ‘Hij is een wonderkind van God bemind en tot geluk geschapen. Hij gaat ’s avonds naar bed met een Finsche dictionnaire onder zijn hoofdkussen, droomt hardop in het Friesch en merkt ’s morgens plotseling dat hij vloeiend Bengali spreken kan.’ [2]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. www.nrc.nl (17 mrt 2026)
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be