woud - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- woud
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘natuurlijk bos’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 793 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | woud | wouden |
| verkleinwoord | woudje | woudjes |
Zelfstandig naamwoord
het woud o
Verwante begrippen
Hyponiemen
| Amazonewoud Groenewoud Hoogwoud | Midwoud Nibbixwoud Oostwoud Oranjewoud | Westwoud antennewoud berkenwoud dennenwoud | elfenwoud moessonwoud naaldwoud nevelwoud | oerwoud pijnwoud regenwoud tropenwoud |
|---|
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. groot bos
| Duits: Wald (de) m Engels: forest (en) Frans: forêt (fr) v Ido: foresto (io) | Papiaments: mondi grandi será Spaans: bosque (es) m Vietnamees: rừng (vi) |
|---|
Gangbaarheid
- Het woord woud staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "woud" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ "woud" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be