zaak - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zaak zaken
verkleinwoord zaakje zaakjes

Zelfstandig naamwoord

de zaak v / m

  1. iets stoffelijks (een ding) of een abstracte voorstelling van de geest, geen betrekking hebbend op een persoon of ander levend wezen
    • Kun je me die zaak daar eens aanreiken?
    • De vriendschap is een schone zaak.
  2. (juridisch) (Nederland) voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten (volgens de definitie van 3:2 BW)
    Het is evident dat een gebruiksrecht op een Instagram-account geen voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object is en dus geen zaak in de zin van het burgerlijk recht (art. 3:2 BW).[2]
  3. iets dat men te behartigen heeft, een aangelegenheid, affaire
    • Wij behartigen uw zaak altijd.
    • Dit is een vervelende zaak.
  4. mv (handel) transactie of handel zn (vooral in de woordcombinatie zaken doen)
    • Hij doet al jaren zaken met hem.
  5. (bedrijfskunde) onderneming [1] of bedrijf [1]
    • Een auto van de zaak.
    • Wij bezitten een zaakje in het dorp.
    • Ik ga vandaag niet naar de zaak.
  6. (juridisch) een rechtszaak, geding, gerechtszaak, rechtsgeding
  7. situatie, toestand, m.n. als gevolg van een voorafgaande reeks gebeurtenissen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties

een gezamenlijk belang

relevant

Uitdrukkingen en gezegden

de manier waarop iets verloopt, gedaan/uitgevoerd wordt etc.

dit is de gewone gang van zaken.

datgene wat de basis vormt voor al het andere

niet ingrijpen bij iets wat zich afspeelt, ongeacht de gevolgen

iets wat op zijn einde loopt

iets wat (al dan niet letterlijk) van levensbelang is

de kwestie komt [niet] dichter bij een oplossing, dankzij nieuwe ontwikkelingen

acties afstemmen op hoe de actuele situatie zich ontwikkelt (i.p.v. ver vooruit te plannen)

het dient een goed doel (m.n. gezegd van iets wat op het eerste gezicht verkeerd lijkt)

zich ongevraagd bemoeien met zaken van een ander waar men zelf niets mee te maken heeft

niet bijzonder/interessant/speciaal, weinig voorstellend

eerlijk, oprecht, transparant over iets zijn

een problematische of onoverzichtelijke kwestie oplossen, in een voorheen chaotische situatie meer ordening aanbrengen

hoewel er in een bepaalde kwestie nog geen oplossing, eindoordeel e.d. is, neemt de publieke aandacht ervoor af en raakt het uiteindelijk in de vergetelheid

de verdere behandeling van een rechtszaak uitstellen

oordelen over iets waar men zelf zeer nauw bij betrokken is (≈ Eigen rechter spelen)

als natuurlijk/vanzelfsprekend gevolg; in de basis, in principe

Spreekwoorden

iets dat gebeurd is, kan je niet meer terugdraaien

wie rustig afwacht, wordt beloond

zodra je iets hebt, is het verlangen ernaar weg.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "zaak" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 17 december 2023 Weblink bron
    A.E. Harteveld
    “Conclusie in zaak nummer 21/01245” (9 maart 2022), Parket bij de Hoge Raad op rechtspraak.nl
  3. www.parool.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

zaak

  1. zaak; iets dat men te behartigen heeft, een aangelegenheid, affaire

Veluws

Zelfstandig naamwoord

zaak

  1. zaak; iets dat men te behartigen heeft, een aangelegenheid, affaire