ze - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

| | enkelvoud | meervoud | | | | | -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------- | ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | | onderwerp | voorwerp | onderwerp | voorwerp | | | 1e persoon | ik'k | mijme | wijwe | ons | | 2e persoon_(informeel)_ | jijje | jouje | jullie | jullie | | 2e persoon_(formeel)_ | u | u | u | u | | 2e persoon_(regionaal)_ | gijge | u | gijge | u | | 3e persoon_(mannelijk)_ | hijie | hem'm | zijze | (dat.) hun(acc.) henze | | 3e persoon_(vrouwelijk)_ | zijze | haar'r, d'r | | | | 3e persoon_(onzijdig)_ | het't | het't | | | | 3e persoon_(genderneutraal)_ | hen | hen | | | | Boven: benadrukte vorm. Onder: onbenadrukte vorm | | | | |

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Persoonlijk voornaamwoord

ze

  1. clitische vorm van zij; derde persoon vrouwelijk enkelvoud, onderwerp
    • Komt ze vanavond nog?
  2. clitische vorm van zij; derde persoon meervoud, onderwerp
    • Ze hebben daar zo hun redenen voor.
  3. (spreektaal) clitische vorm van hen of hun; derde persoon meervoud, voorwerp
    • Heb je ze al een briefje geschreven?
Vertalingen

1. clitische vorm van zij (derde persoon vrouwelijk enkelvoud)

2. clitische vorm van zij (derde persoon meervoud)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. "ze" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Cimbrisch

Woordherkomst en -opbouw

Persoonlijk voornaamwoord

ze

  1. zij, ze; derde persoon enkelvoud nominatief
  2. zij, ze; derde persoon meervoud nominatief
Synoniemen
  1. zi
  2. se, zòi, zandare

Kasjoebisch

Voorzetsel

ze

  1. uit
Schrijfwijzen

Limburgs

Uitspraak

Persoonlijk voornaamwoord

ze

  1. gemuteerde onbeklemtoonde nominatief van doe.

Luxemburgs

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Voorzetsel

ze

  1. te; komt regelmatig voor in combinatie met een infinitief
    «De Kaffi ass ze waarm fir ze drénken.»
    De koffie is te heet om te drinken.

Bijwoord

ze

  1. te; in grotere mate of hoeveelheid dan wenselijk is
    «De Kaffi ass ze waarm fir ze drénken.»
    De koffie is te heet om te drinken.
Schrijfwijzen

Middelengels

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

se

  1. zee
Schrijfwijzen
ce se sea see sei
Overerving en ontlening

Nedersaksisch

Persoonlijk voornaamwoord

ze

  1. zij, ze; derde persoon enkelvoud nominatief
  2. zij, ze; derde persoon meervoud nominatief
Synoniemen
  1. zee
  2. sulie
Verwante begrippen
ik, mien ie / iej / jy, joe hee / hij / hy, um heur ut we / wie / wule / wulie / wy, ons

Nedersorbisch

Uitspraak
Woordafbreking

Voorzetsel

ze

  1. uit
  2. met
Schrijfwijzen

Pools

Uitspraak
Woordafbreking

Voorzetsel

ze

  1. uit
  2. met
Schrijfwijzen
Antoniemen
  1. bez

Partikel

ze

  1. (spreektaal) ongeveer, rond
Schrijfwijzen

Saterfries

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Persoonlijk voornaamwoord

ze

  1. zij, ze; derde persoon enkelvoud nominatief
  2. zij, ze; derde persoon meervoud nominatief
Synoniemen
  1. ju
  2. jo
Verwante begrippen
iek, mie du, die hie / er, him hier dät / et, dät wie, uus jie, jou hier

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking

Voorzetsel

ze + genitief

  1. uit
Schrijfwijzen
Antoniemen
Paroniemen

Verwijzingen

Veluws

Persoonlijk voornaamwoord

ze

  1. zij, ze; derde persoon enkelvoud nominatief
  2. zij, ze; derde persoon meervoud nominatief
Synoniemen
  1. zee
  2. sulie
Verwante begrippen
ik, mien jy, joe hee / hij / hy, um heur ut we / wulie / wy

West-Vlaams

Bezittelijk voornaamwoord

ze

  1. zijn, z'n

Yola

Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

ze

  1. zien
Schrijfwijzen