zeeschip - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeeschip zeeschepen
verkleinwoord zeescheepje zeescheepjes

Zelfstandig naamwoord

het zeeschip o

  1. een zeewaardig schip gebouwd om de zee te kunnen trotseren
Vertalingen

1. een zeewaardig schip gebouwd om de zee te kunnen trotseren

Duits: Hochseeschiff (de) o Engels: sea-vessel (en) Frans: navire (fr) m Spaans: barco de altura (es) m, nave de altura (es) v

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be