zeis - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Zeis.

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeis zeisen
verkleinwoord zeisje zeisjes

Zelfstandig naamwoord

de zeis v / m

  1. (landbouw) (gereedschap) landbouwwerktuig bestaande uit een lang gebogen mes dat bevestigd is aan een steel met twee handvatten, dienende om lang gras of graan te maaien
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. maaiwerktuig met gebogen snijblad en lange stok

Werkwoord

vervoeging van
zeisen

zeis

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zeisen
    • Ik zeis.
  2. gebiedende wijs van zeisen
    • Zeis!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zeisen
    • Zeis je?

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "zeis" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. zeis op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be