zien - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
zien zag gezien
klasse 5onregelmatig volledig

Werkwoord

zien

  1. overgankelijk waarnemen met het oog
    • Ik kan die afbeelding van zo'n afstand niet goed zien.
      Waarom had ik geen donder gehoord of bliksem gezien tijdens mijn tocht omhoog?[2]
      Toen ik de gigantische muur inktzwarte wolken op me af zag komen barstte ik in tranen uit.[2]
  2. inergatief het vermogen hebben om met het oog waar te nemen
    • Hij was dolblij dat hij na het ernstige ongeluk toch nog kon zien.
  3. inergatief een bepaald gezicht trekken, eruitzien als, de indruk geven van
    • Hij zag erg boos.
  4. ergens een mening over hebben
    Goldie en Barbie zagen het als één groot avontuur, maar ik liep in het begin wat onwennig achter ze aan.[2]
    Opgeladen in 5 minuten: Van Dillen ziet dat de Chinese automerken vooral kijken naar concurrenten uit eigen land. Dat is tekenend voor de grote stappen die Chinese elektrische automerken in korte tijd hebben gezet. Zo presenteerde BYD auto's die binnen 5 minuten voor 85 procent zijn opgeladen.[3]
  5. wederkerend hulpwerkwoord zich + volt. deelwoord + ~: maakt een wederkerende constructie
    • De stad zag zich overspoeld met enthousiaste aanhangers van beide clubs.
  6. proberen, moeite doen
    • Ik zal zien of ik na zo'n lange werkdag nog zin heb om te helpen verhuizen.
  7. (als) beschouwen
    • Hij wordt gezien als de beste vertolker van het levenslied.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Spreekwoorden

ouder dan 50 jaar zijn (mannelijk)

zich voornamer voordoen dan men in het echt is, met gezichtsverlies tot gevolg

een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft

zich heel erg fel verdedigen

jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen

mensen die alles denken te weten of kunnen, moeten zelf maar oppassen voor fouten en problemen

doe datgene wat je doet goed, doe goede daden, maar verwacht niet geprezen te worden of een dankje wel daarvoor

ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet

door een overvloed aan informatie het overzicht verliezen

ergens geen probleem in zien

niet denken dat iets kan werken

geen oplossing meer zien

er genoeg van hebben

de eigen fouten ziet men niet, maar andermans fouten altijd wel

inhalen of beter presteren dan de ander

pas iets doen als de ander toestemming geeft

een hekel aan iemand hebben

doen alsof de fouten van een ander niet opgemerkt worden

iets vergeten of ontbreken

iets is helemaal nergens te vinden

wie rijk is let niet op een euro meer of minder

Daar begin ik niet aan

niet goed nadenken wat de gevolgen van iets zijn

ouder dan 50 jaar zijn (vrouwelijk)

mislukken voordat het begonnen is

het heeft geen zin iemand te helpen die toch niet wil meewerken

niet goed bij het verstand zijn

zien wie er het beste voor staat

ellende meemaken, vreselijk afzien

Vertalingen

1. waarnemen met het oog

Abchazisch: абара (ab) Afrikaans: besien (af) Albanees: shoh (sq) Arabisch: رآى (ar) Nadjdi-Arabisch: vedu (ars) Baskisch: ikusi (eu) Bretons: gwelet (br) Catalaans: veure (ca) Chinees: (zh), (zh) Deens: få øje på (da), se (da) Duits: sehen (de) Engels: see (en) Esperanto: vidi (eo) Estisch: nägema (et) Ewe: kpɔ (ee) Fins: nähdä (fi), katsoa (fi) Frans: voir (fr) Fries: sjen (fy) Grieks: βλέπω (el) Guarani: hecha (gn) Hebreeuws: ראה (he) Hongaars: lát (hu) Ido: vidar (io) Iers: feic (ga) IJslands: sjá (is), skynja (is) Iloko: kita Indonesisch: lihat (id), saksi (id), tonton (id), pandang (id) Italiaans: vedere (it) Japans: 見る (ja) Jiddisch: זעהן (yi) Koreaans: 보다 (ko) Kroatisch: vidjeti (hr) Latijn: videō, vidēre, vīdī, vīsus (la), videre (la) Maori: kite (mi) Nahuatl: iteamic (nah) Nauruaans: ât (na), aia (na) Nedersaksisch: kieken (nds), ankieken (nds), seen (nds) Noors: se (no) Occitaans: veire (oc) Oekraïens: бачити (uk) onvoltooid, побачити (uk) voltooid Perzisch: دیدَن (fa), بین (fa) Piëmontees: vëdde Pools: widzieć (pl), dostrzegać (pl), patrzeć (pl) Portugees: ver (pt) Reto-Romaans: vesair (rm) Roemeens: vedea (ro) Russisch: видеть (ru) Schots-Gaelisch: faic (gd) Servisch: videti (sr) Siciliaans: vidiri (scn) Sloveens: videti (sl) Spaans: ver (es) Tagalog: kita (tl) Telugu: చూచు (te) Tsjechisch: vidět (cs) Turks: görmek (tr) Vietnamees: nhìn (vi), nhìn thấy (vi), trông (vi), trông thấy (vi), thấy (vi) Welsh: gweld (cy) Zweeds: se (sv)

2. het vermogen waar te nemen

3. een bepaald gezicht zetten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "zien" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. 1 2 3
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 24 april 2025 Weblink bron
    Aïda Brands
    “Chinese elektrische auto's booming in Europa ondanks heffingen” (24 april 2025), NOS
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Gronings

Bezittelijk voornaamwoord

zien

  1. zijn, z'n

Limburgs

Bezittelijk voornaamwoord

zien

  1. zijn

Nedersaksisch

Bezittelijk voornaamwoord

zien

  1. zijn, z'n
Schrijfwijzen
Verwante begrippen

Werkwoord

zien

  1. zien

Veluws

Bezittelijk voornaamwoord

zien

  1. zijn, z'n

Werkwoord

zien

  1. zien