zinnen - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| zinnen /'zɪnə(n)/ | zon zɔn | gezonnen ɣə'zɔnə(n) |
| 1. klasse 3 | volledig |
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| zinnen /'zɪnə(n)/ | zinde /'zɪndə/ | gezind /ɣə'zɪnt/ |
| 2. zwak -d | volledig |
Uitspraak
Woordafbreking
- zin·nen
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘peinzen over’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1480 [1]
- Van het Middelnederlandse sinnen, verdere etymologie onzeker; mogelijk uit het Middelhoogduits, of afgeleid van zin.[2]
Werkwoord
zinnen
- inergatief de gedachten ergens over laten gaan
- Hij zon op wraak.
- onpersoonlijk in de smaak vallen
- Dat zinde hem helemaal niet.
▸ Aanleiding zijn de bezuinigingen op wetenschappelijk onderzoek door president Trump. Hij heeft op grote schaal subsidies geschrapt voor universiteiten en instellingen die zich bezighouden met onderwerpen die hem niet zinnen, zoals klimaatverandering en gender. Veel onderzoekers zijn daardoor hun baan kwijtgeraakt. Bij sommige instellingen zijn onderzoeksgroepen en -programma's opgeheven.[3]
- Dat zinde hem helemaal niet.
Hyponiemen
Vertalingen
1. de gedachten ergens over laten gaan
Zelfstandig naamwoord
de zinnen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord zin
Gangbaarheid
- Het woord zinnen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zinnen" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
Verwijzingen
- ↑ "zinnen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ zinnen op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron
Frank Renout
“Europa: 600 miljoen euro om Amerikaanse wetenschappers aan te trekken” (5 mei 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be