zitten - WikiWoordenboek (original) (raw)
- (in België) verveeld zitten met iets
- Aan de grond zitten
Bijna niets meer hebben
- Aan de voeten van Gamaliël zitten
aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft
- Aan het roer zitten
de leiding hebben
- Aan/op het vinkentouw zitten
in spanning iets afwachten en graag door willen
- Achter de geraniums zitten
- Als haringen in een ton zitten
zich erg dicht op elkaar bevinden
- Daar zit 'em de knoop.
daar zitten de moeilijkheden/problemen
- Dat zit wel snor
- Dat zal hem niet glad zitten.
iets zal niet meevallen en moeilijk zijn
- Een luchtje aan zitten
iets klopt ergens niet aan
- Een ongeluk zit in een klein hoekje.
door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren
- Elkaar in de haren zitten
erge ruzie hebben
- Er goed voor gaan zitten
ergens de tijd voor nemen zodat je het goed kan doen
- Er zit bij hem een steekje los
die is niet helemaal goed bij zijn hoofd
- Er is geen koe zo bont of er zit wel een vlekje aan.
niets is perfect
- Er warmpjes bij zitten
veel geld hebben
- Goed in de slappe was zitten
veel geld hebben
- In de armoede zitten
geen geld hebben
- In de boeken zitten
veel lezen of studeren
- In de schulden zitten
geen geld hebben
- op zwart zaad zitten
- Op zijn centen zitten
gierig zijn
- Op zijn geld zitten
gierig zijn
- In iemands neuszitten
niet sympathiek zijn, of een probleem hebben met
- Ergens muziek in zitten
ergens veel van kunnen verwachten en/of plezier van beleven
- Het zat zijn
genoeg ergens van hebben en er geen zin meer in hebben
- Het gaat me niet in de koude kleren zitten
- Iemand achter de broek zitten
iemand aansporen
- Iemand achter de vodden zitten
iemand aansporen en activeren iets te doen
- Iemand op de hielen zitten
iemand bijna te pakken hebben
- In de knoei zitten
Grote moeilijkheden of zorgen hebben
- In de lappenmand zitten
ziek zijn
- In de lift zitten
de situatie waarin het zit wordt beter
- In de nesten zitten
met problemen zitten
- In de penarie zitten
In grote moeilijkheden zitten
- In de piepzak zitten
Geen oplossing weten ofwel: Bang zijn voor de gevolgen
- In de put zitten
geen oplossing meer weten of geen geld meer hebben
- In de rats zitten
bang zijn of angst hebben
- In een ivoren toren zitten
- In elkaar zitten
vertellen hoe iets is samengesteld
• Deze machine zit vernuftig in elkaar. Hij bestaat uit vijftig verschillende onderdelen.
- In een moeilijk parket zitten
moeilijkheden hebben
- In het hoekje zitten waar de slagen vallen
zich in een groep bevinden die altijd het moeilijk heeft of problemen krijgt
- In het moeras zitten
moeilijkheden hebben
- In hetzelfde schuitje zitten
met dezelfde omstandigheden te maken hebben, vrijwel dezelfde situatie
- In iemands vaarwater zitten
iemand hinderen
- In zak en as zitten
niet meer weten wat te doen in een troosteloze situatie
- Knijp zitten
In de problemen zitten
- Met de gebakken peren blijven zitten
voor de moeilijkheden opdraaien
- Met de handen in het haar zitten
niet weten wat je moet doen/Niet weten wat je er mee aan moet vangen
- Onder de pantoffel zitten
thuis niets te vertellen hebben
- Onder de plak zitten
niets durven tenzij de partner het goed vindt
- Onder het mes zitten
een examen hebben ofwel: in angstige omstandigheden zitten
- Op de schopstoel zitten
de grootste hebben kans ontslagen te worden
- Op de wip zitten
de eerste zijn die ontslagen kan worden ofwel: de doorslag geven met iemands stem
- Op een droogje zitten
op visite zijn en niks te eten of drinken krijgen
- Op fluweel zitten
het erg goed en gemakkelijk hebben
- Op het vinkentouw zitten
- Op het zondaarsbankje zitten
iemand die vertelt wat die zelf verkeerd gedaan heeft, datgene opbiechten
- Op hete/gloeiende kolen zitten
Veel haast of spanning hebben
- Op rozen zitten
erg gelukkig zijn en goed hebben
- Op zijn stokpaardje zitten
een liefhebberij zijn
- Stevig in het zadel zitten
machtig zijn
- Tjokvol zitten
oververzadigd zijn
- Tussen twee vuren zitten
moeten kiezen tussen twee onaangename mogelijkheden ofwel: zich bevinden tussen twee ruziemakers
- Vast in het zadel zitten
zeker van iemands positie zijn in een organisatie
- Voor de mast zitten
- Weten hoe de vork in de steel zit
precies weten wat er gebeurd is
- Wie in het schuitje zit moet meevaren.
wie ergens mee begonnen is moet dit ook afmaken
- Wie op billen brandt, moet op de blaren zitten.
als je iets doms doet, moet je de gevolgen dragen (liefst zonder klagen)
- Wie zijn gat brandt, moet op de blaren zitten.
als je iets doms doet moet je er ook de gevolgen van dragen
- zitten te plagen
bezig zijn met plagen
- zitten te zitten
zich vervelen en niet weten wat men moet doen
- er zit niets anders op
men moet iets lijdzaam ondergaan want er valt toch niets aan te doen
• Er zat niks anders op dan in mijn drinkfles te plassen. [4]