zo - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

zo

  1. op die manier
    • We zijn zo door dat gat naar de overkant gekropen.
      De Chinese autofabrikanten weten auto's op de markt te krijgen met een vaak hogere actieradius tegen een voordeligere prijs dan de Europese concurrenten. "De innovaties waar Tesla zich de afgelopen tijd op heeft gericht zijn bijvoorbeeld robotisering en zelfrijdende auto's, maar dat is voor Europa voorlopig nog niet zo interessant", zegt Luman.[4]
  2. over niet al te lange tijd
    • Heb je zo even tijd om naar mijn document te kijken?
Schrijfwijzen

Tussenwerpsel

  1. uiting van verbazing en/of misnoegen
    • "Zo, ben je daar eindelijk, waar bleef je nou?"
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

het is gegaan, zoals het was besproken

dat is in een oogwenk gebeurd

het is maar matig, niet veel zaaks

Spreekwoorden
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

de zo m

  1. (afkorting), (tijdrekening), (dag) zondag, de tweede dag van het weekeinde
    «Open: di, wo, do, vr; dicht: za, zo, ma.»
    Geopend op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag; gesloten op zaterdag, zondag en maandag.
Opmerkingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. zo op website: Etymologiebank.nl
  3. "zo" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 24 april 2025 Weblink bron
    Aïda Brands
    “Chinese elektrische auto's booming in Europa ondanks heffingen” (24 april 2025), NOS
  5. Afkortingen van de dagen van de week op website: taaladvies.net; geraadpleegd 2016-10-26
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Nedersaksisch

Bijwoord

zo

  1. zo; op die manier

Urkers

Bijwoord

zo

  1. zo; op die manier

Veluws

Bijwoord

zo

  1. zo; op die manier