zo - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zo
Woordherkomst en -opbouw
- bw: erfwoord via Middelnederlands so van Oudnederlands so, in de betekenis van ‘bijwoord van hoedanigheid: op die manier, als’ aangetroffen vanaf 901 [1] [2] [3]
- zn: (verkorting) van zondag zn
Bijwoord
zo
- op die manier
- We zijn zo door dat gat naar de overkant gekropen.
▸ De Chinese autofabrikanten weten auto's op de markt te krijgen met een vaak hogere actieradius tegen een voordeligere prijs dan de Europese concurrenten. "De innovaties waar Tesla zich de afgelopen tijd op heeft gericht zijn bijvoorbeeld robotisering en zelfrijdende auto's, maar dat is voor Europa voorlopig nog niet zo interessant", zegt Luman.[4]
- We zijn zo door dat gat naar de overkant gekropen.
- over niet al te lange tijd
- Heb je zo even tijd om naar mijn document te kijken?
Schrijfwijzen
- zoo (officiële spelling tot 1946 in België en 1947 in Nederland)
Tussenwerpsel
- uiting van verbazing en/of misnoegen
- "Zo, ben je daar eindelijk, waar bleef je nou?"
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: zo gezegd, zo gedaan
het is gegaan, zoals het was besproken
- [2]: dat is zo gepiept
dat is in een oogwenk gebeurd
- [2]: het is maar zo, zo
het is maar matig, niet veel zaaks
Spreekwoorden
Vertalingen
Zelfstandig naamwoord
de zo m
- (afkorting), (tijdrekening), (dag) zondag, de tweede dag van het weekeinde
«Open: di, wo, do, vr; dicht: za, zo, ma.»
Geopend op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag; gesloten op zaterdag, zondag en maandag.
Opmerkingen
- Echte afkortingen worden als regel met een punt geschreven: zo., maar in opsommingen waar uit de context al duidelijk is dat het om de naam van een weekdag gaat is het gebruikelijk om de punt weg te laten[5].
Gangbaarheid
- Het woord zo staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zo" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[6] |
Meer informatie
Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ zo op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "zo" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Weblink bron
Aïda Brands
“Chinese elektrische auto's booming in Europa ondanks heffingen” (24 april 2025), NOS - ↑ Afkortingen van de dagen van de week op website: taaladvies.net; geraadpleegd 2016-10-26
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Nedersaksisch
Bijwoord
zo
- zo; op die manier
Urkers
Bijwoord
zo
- zo; op die manier
Veluws
Bijwoord
zo
- zo; op die manier