zoel - WikiWoordenboek (original) (raw)
- In de betekenis van ‘lauw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1576 [1]
zoel
- aangenaam warm
zoel
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zoelen
- gebiedende wijs van zoelen
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zoelen
| 33 % |
van de Nederlanders; |
| 18 % |
van de Vlamingen.[2] |
- ↑ "zoel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be