zoenen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
zoenen zoende gezoend
zwak -d volledig

Werkwoord

zoenen

  1. met de mond liefkozen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

de zoenen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zoen

Zelfstandig naamwoord

de zoenen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zoen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. zoenen op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be