zout - WikiWoordenboek (original) (raw)

zout

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zout zouten
verkleinwoord zoutje zoutjes

Zelfstandig naamwoord

het zout o

  1. alledaagse naam voor keukenzout bedoeld (natriumchloride)
    • Kunt u het zout even doorgeven?
      ('Mag ik het zout even?' 'Natúúrlijk!') Gek genoeg leek Joy mijn rol te hebben overgenomen, ze was bijzonder spraakzaam en richtte haar pijlen volledig op de ober.[3]
  2. (scheikunde) een verbinding die bestaat uit een metaal en een zuurrest
    Ze kon het zout in de lucht bijna proeven.[4]
    • Salmiak is een zout van ammonia en zoutzuur.
      Het was fascinerend om te zien hoeveel zout ik verloor: na dagen zonder douche stond mijn shirt stijf van de zoute strepen en bleef het bijna rechtop staan.[5]
  3. een van de vijf smaken
Synoniemen
Hyponiemen
afvalzout aluinzout aluminiumzout ammoniakzout ammoniumzout antimoonzout azijnzuurzout baaizout badzout bakkerszout bergzout bitterzout bleekzout bremzout brijnzout bronzout dubbelzout emserzout epsomzout fixeerzout galzout glauberzout hertshoornzout ijzerzout jozozout kaliumzout kalizout kazeerzout keukenzout kininezout klaverzout klipzout knetterzout knoflookzout kobaltzout koperzout landbouwzout likzout loodzout loogzout maagzout metaalzout natriumzout negerzout parelzout pinkzout plantenzout prepareerzout preserveerzout radiumzout reukzout rochellezout rotszout salpeterzout schuimzout seidlitzerzout seignettezout slijmzout smeltzout steenzout strooizout tafelzout uraanzout uraniumzout vacuümzout vlugzout voedingszout wegenzout wijnsteenzout woestijnzout wolmanzout wonderzout zeezout zilverzout zinkzout zonnezout zuiveringszout zuringzout zwavelzuurzout
Afgeleide begrippen
gezouten zoutaanmaak zoutaccijns zoutachtig zoutader zoutafzetting zoutarm zoutbad zoutbak zoutbelasting zoutberg zoutbloem zoutboom zoutbriket zoutbrood zoutbrug zoutconcentratie zoutdal zoutdiapier zouteloos zouteloosheid zouten zouter zouterij zoutfabriek zoutgebruik zoutgeest zoutgehalte zoutgeld zoutglazuur zoutgras zouthandel zouthaven zoutheid zouthorst zouthoudend zouthydraat zoutig zouting zoutje zoutkamp zoutkeet zoutketel zoutkoepel zoutkorrel zoutkorst zoutkristal zoutkruid zoutlaag Zoutleeuw zoutlepel zoutloos zoutlozing zoutmagazijn zoutmaker zoutmarmer zoutmeer zoutmelde zoutmengsel zoutmeter zoutmijn zoutmoeras zoutmolecule zoutmolen zoutmonopolie zoutnering zoutoplossing zoutoven zoutpacht zoutpakhuis zoutpan zoutpijler zoutpilaar zoutplant zoutpot zoutproductie zoutraffinaderij zoutraffinadeur zoutrecht zoutschip zoutschuim zoutsmaak zoutsmokkelaar zoutsolutie zoutsoort zoutsteen zoutsteppe zoutstrooier zoutstruik zouttuin zoutvaart zoutvaatje zoutvat zoutverbond zoutverbruik zoutvlakte zoutvlees zoutvormer zoutvorming zoutvrij zoutwagen zoutwater zoutwatermeer zoutweger zoutwinning zoutwoestijn zoutzak zoutzee zoutzieden zoutzieder zoutziederij zoutzuur zoutzweer
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Heel erg weinig verdienen

Iets niet al te serieus of zwaar opvatten

Die opmerking moet met een korrel zout worden genomen.

Pas met een oplossing komen als het probleem er niet meer is

Over alle onbelangrijke dingen/ kleinigheden commentaar hebben/klagen; ieder minuscuul en onbeduidend foutje bekritiseren

Iets wat toch al vervelend is nog eens extra benadrukken of nog meer verergeren

Vertalingen

1. alledaagse naam voor keukenzout

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zout zouter zoutst
verbogen zoute zoutere zoutste
partitief zouts zouters -

Bijvoeglijk naamwoord

zout

  1. zout bevattend of zout smakend
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Uitdrukkingen en gezegden

Nog nooit eerder zoiets geks, raars of vervelends hebben meegemaakt of ervaren

Zo zout heb ik het nog nooit gegeten!

Vertalingen

1. zout bevattend of zout smakend

Werkwoord

vervoeging van
zouten

zout

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van zouten
  2. gebiedende wijs van zouten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "zout" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. zout op website: Etymologiebank.nl

  3. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340

  4. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704

  5. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

zout perfectief

  1. uitdoen, uittrekken (van schoeisel)
Vervoeging
enkelvoud meervoud
eerste persoon zuji (zuju) zujeme
tweede persoon informeel zuješ zujete
formeel zujete
derde persoon zuje zují (zujou)
Schrijfwijzen
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
Verwante begrippen

Verwijzingen