zwachtel - WikiWoordenboek (original ) (raw )
In de betekenis van ‘windsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1421 [1]
de zwachtel m
een lange, smalle strook dun textiel voor het verbinden van een wond
Ziekenhuizen hebben een overschot aan zwachtels . ▸ Daarna gingen we naar de tuin, waar we de lakens en zwachtels in een oud prieel hadden verborgen. [2]
zwachtel
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwachtelen
gebiedende wijs van zwachtelen
(bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwachtelen
95 %
van de Nederlanders;
79 %
van de Vlamingen.[3]
↑ "zwachtel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen , 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org ; ISBN 90 204 2045 3
↑ Victoria Holt “Geluk in gevaar” (2021), Saga, ISBN 9788726484922
↑ Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be