zwart - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zwart
Woordherkomst en -opbouw
- erfwoord, via Middelnederlands swart van Oudnederlands swart, in de betekenis van ‘kleur waarbij licht niet wordt teruggekaatst’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1001 [1] [2] [3]
Dit woord is te herleiden tot Indo-Europees *suord- of *surd- en cognaat met Duits schwarz, Noors svart, Gotisch 𐍃𐍅𐌰𐍂𐍄𐍃 (swarts) en Latijn sordidus
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zwart | zwarten |
| verkleinwoord | zwartje | zwartjes |
Zelfstandig naamwoord
het zwart o
- (kleur) kleur die wordt waargenomen als iets helemaal geen licht weerkaatst of uitstraalt
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | zwart | zwarter | zwartst |
| verbogen | zwarte | zwartere | zwartste |
| partitief | zwarts | zwarters | - |
Bijvoeglijk naamwoord
zwart
- (kleur) de kleur zwart hebbend
- Hij had een zwart pak aan.
▸ Nog zo'n typerende zwart-wit-foto is een groepsportret van een stel muzikanten uit Assen. Samen stonden ze bekend als de Showboot, een soort revuegezelschap waarmee ze langs feestzalen gingen. Harry Muskee staat in het midden in zwart kostuum. Hij heeft een grote bas voor zich, de handen op de snaren. Hij kijkt broeierig, hij heeft de blues. Het was op de drempel van de sixties.[6]
▸ De zwart verkoolde buitenkant omhulde zacht, wit vlees.[7]
- Hij had een zwart pak aan.
- (figuurlijk) een donker gelaat of uiterlijk hebbend, opgevat als een etnisch kenmerk
▸ Een seecker Moorjaen komende in't Sticht van Munster, quam voor een Hecke, alwaer hy niet wel door kon, en een Boer daer ontrent wesende, riep hem om het Hecke open te doen: Den Boer desen zwarten Mensche siende, was vervaert, en dorst niet komen, den Moorjaen begon te schelden, en dreyghde hem te slaen.[8]
▸ `Zwarte Piet of 'Pietje Pik', zo noemde het volk in de middeleeuwen de duivel.[9] - (figuurlijk) somber, rampspoedig
- Een zwarte dag.
- Een zwart scenario.
▸ "Een zwarte dag voor de horeca", zegt chef-kok Rik van de Laar over het overlijden van Boer. Hij begon op 16-jarige leeftijd in De Librije, het eerste en bekendste restaurant van Boer, werkte er zeven jaar en runt inmiddels twee restaurants in Den Haag.[10]
- (figuurlijk) clandestien, illegaal
- Zwart geld
- Zwart werken
Hyperoniemen
- [1] achromatisch
Hyponiemen
- (intensivering) allerzwartst, inzwart, diepzwart, gitzwart, inktzwart, koolzwart, modderzwart, moorzwart, overzwart, pikzwart, roetzwart
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- [1] op zwart zaad zitten
- [1] op zwart gaan
- Zwart van de honger zijn ( of zien)
Er uitgeteerd en mager uitzien
- Zwarte sneeuw zien
- De zwarte dood
De pest en hierdoor veroorzaakte epidemieën
- Een zwarte dag
Een dag waarop iets heel tragisch gebeurt
- Het zwarte schaap zijn
Totaal anders dan de rest zijn, dat wil zeggen: de schuld van alles krijgen
- Hij liegt, dat hij zwart ziet (of wordt)
Hij is een aartsleugenaar
- Iemand zwart maken
Lelijke dingen over iemand vertellen
- Iets zwart inzien
Een negatieve, sombere blik hebben op iets
- Iets zwart op wit hebben
Een overeenkomst e.d. duidelijk vastgelegd hebben
- Zwarte humor
Humor die de spot drijft met iets heel ernstigs, in een poging dit wat te relativeren
Spreekwoorden
- De pot verwijt de ketel dat die zwart ziet
Een ander iets verwijten of hem aanwijzen als schuldige, terwijl degene die verwijt zich aan hetzelfde schuldig heeft gemaakt
Vertalingen
1. kleur die wordt waargenomen als iets helemaal geen licht weerkaatst of uitstraalt
Bijwoord
zwart
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- zwartrijden: Hij reed soms zwart.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| zwarten |
zwart
Gangbaarheid
- Het woord zwart staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zwart" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[11] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Kleuren in het Nederlands (nld) (de kleuren zijn slechts indicatief) (zie ook: RAL-kleuren)
Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ zwart op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "zwart" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Bijbels zwart is uit, leve de Groene Bijbel, Erik van den Berg, 3 december 2016
- ↑ Je hebt koel grijs en warm grijs - zie hier het verschil, Lida Thiry, 31 juli 2016
- ↑
Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS - ↑
Tim Voors
“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
- ↑
Weblink bron
Jan Pietersz. Meerhuysen
, Clucht van een Moorjaen en een Boer (1659), uitgever onbekend, Amsterdam in: De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, p. p. 221. - ↑ “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat
, p. 14 - ↑
Weblink bron “Topchefs geschokt door dood Jonnie Boer: 'Hij leerde mij alles'” (23 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Achterhoeks
Zelfstandig naamwoord
zwart
- (kleur) zwart; achromatische kleur die wordt waargenomen als een voorwerp helemaal geen licht weerkaatst of uitstraalt
Bijvoeglijk naamwoord
zwart
Limburgs
Uitspraak
- IPA: /ˈzwɑrt/ (Etsbergs)
Bijvoeglijk naamwoord
zwart
Zelfstandig naamwoord
zwart o
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| geheel | gemuteerd | verkleind | gemuteerd verkleind | geheel | gemuteerd | verkleind | gemuteerd verkleind | |
| nominatief | zwart | swart | - | - | zwarter | swarter | - | - |
| genitief | zwarts | swarts | - | - | zwarter | swarter | - | - |
| locatief | zwartes | swartes | - | - | zwartese | swartese | - | - |
| datief | zwarte | swarte | - | - | zwarter | swarter | - | - |
| accusatief | zwart | swart | - | - | zwarter | swarter | - | - |
Nedersaksisch
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zwart | zwarten |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
zwart
- (kleur) zwart; achromatische kleur die wordt waargenomen als een voorwerp helemaal geen licht weerkaatst of uitstraalt
Bijvoeglijk naamwoord
zwart
Schrijfwijzen
Hyperoniemen
Sallands
Zelfstandig naamwoord
zwart
- (kleur) zwart; achromatische kleur die wordt waargenomen als een voorwerp helemaal geen licht weerkaatst of uitstraalt
Bijvoeglijk naamwoord
zwart
Twents
Zelfstandig naamwoord
zwart
- (kleur) zwart; achromatische kleur die wordt waargenomen als een voorwerp helemaal geen licht weerkaatst of uitstraalt
Bijvoeglijk naamwoord
zwart
Veluws
Zelfstandig naamwoord
zwart
- (kleur) zwart; achromatische kleur die wordt waargenomen als een voorwerp helemaal geen licht weerkaatst of uitstraalt
Bijvoeglijk naamwoord
zwart