zwieren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
zwieren zwierde gezwierd
zwak -d volledig

Werkwoord

zwieren

  1. inergatief opvallend heen en weer bewegen
    • Er werd gezwierd en gezwaaid.
      In hoge bomen zwieren witte lampions en in de tuin staan her en der zitjes opgesteld.[2]
  2. ergatief op opvallende wijze zich heen en weer bewegend ergens heen gaan
    • Ze waren van de ene kant van de ijsbaan naar de andere gezwierd.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

de zwieren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zwier

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "zwieren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Annemarie Kruiper
    “Gewoonweg schitterend Wandelingen en ontmoetingen op het Pieterpad” (2023), AM Books, ISBN 9789090369914
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be