Fraude (original) (raw)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Falsa fides in me semper est (In mij is altijd ontrouw), Dogepaleis in Venetië

Fraude is een vorm van bedrog. Daarbij worden zaken anders voorgesteld dan ze zijn, door op papier of digitaal een onjuiste weergave te geven van de werkelijkheid. Men spreekt ook van oplichting, hoewel oplichting een breder begrip is: het kan ook op andere manieren geschieden.

Volgens het Middelnederlandsch Woordenboek van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie is de vroegste vindplaats van het woord een document uit 1293 uit Brugge. Het woord is waarschijnlijk via het Frans in de Nederlandse taal terechtgekomen, en vanuit het Latijn kwam het waarschijnlijk terecht in de Franse taal, daar in het Latijn het woord "fraus" bedrog, schade of misdaad betekent. Fraus was ook de Romeinse naam voor Apate, de godin van de misleiding.

In de Van Dale wordt fraude omschreven als "valsheid, bedrog (in administratie, geldelijk beheer en met betrekking tot de samenstelling van waren)".[1] In het Nederlandse Wetboek van Strafrecht komt de term alleen voor in een artikel over mensenhandel. Veel vormen van fraude vallen onder valsheid in geschrifte. Ook in de Algemene wet inzake rijksbelastingen staan strafbaarstellingen voor belastingfraude.

Kenmerkende elementen die aanwezig moeten zijn om van fraude te spreken zijn:

Soms wordt gesproken van "misbruik of fraude", aangevend dat deze begrippen niet overeen hoeven te komen, maar zonder ieder apart te behandelen, zodat het onderscheid in de betreffende context niet ter zake doet. Het gebruik van een persoonlijke OV-chipkaart van een ander kan bijvoorbeeld worden aangemerkt als misbruik, terwijl het zonder opzet geen fraude is.

Er bestaan veel oplichtingsmethoden waarbij het slachtoffer niet de overheid is maar een gewone (meestal vermogende) medeburger. Een van de meest voorkomende is de "Nigeriaanse oplichting" waarbij gevraagd wordt om een rekening ter beschikking te stellen waarop een enorm bedrag (miljoenen dollars of euro's) afkomstig van een of andere erfenis kan geparkeerd worden. Het slachtoffer wordt een deel van deze erfenis beloofd, maar moet eerst allerlei verplichtingen (met kosten) vervullen. Uiteindelijk na het betalen van kosten blijkt dan dat het geld toch niet kan worden overgemaakt. Zolang het slachtoffer geen wantrouwen heeft blijven de oplichters geld vragen. Deze vorm van oplichting is zeer oud en bekend maar toch lopen er nog steeds personen in de val. De technische term voor dit soort oplichtingen is "advance fee fraud". Een stelregel om te ontdekken of het om oplichting gaat is de volgende: "Als het te mooi is om waar te zijn, dan is het niet waar".

De Nederlandse overheid verstaat onder systeemfraude iedere poging tot het laten uitbetalen door de belastingdienst van een bedrag dat is gebaseerd op onjuiste gegevens. Het kan onder meer betreffen voorlopige teruggaven van loon- of omzetbelasting, of voorlopige uitbetaling van toeslagen. De fraude kan gepaard gaan met identiteitsfraude (een aanvraag wordt gedaan op naam van een ander zonder daartoe gemachtigd te zijn). Ook kan het initiatief uitgaan van een bemiddelaar, en gebeuren op naam van een betrokkene die meedeelt in de buit, en/of meewerkt zonder te begrijpen wat hij ondertekent. In hoeverre degene op wiens naam de fraude plaatsvindt dader is en in hoeverre slachtoffer kan dus variëren.[7]

Fraude door organisaties of bedrijven kan opgespoord worden door auditing.

(In het hieronder volgende overzicht is doorgaans de hoofdpersoon aangegeven.)

Een verwante term is schijnconstructie. De Nederlandse Wet aanpak schijnconstructies heeft betrekking op schijnconstructies ten aanzien van arbeid. Er zijn ook schijnconstructies om belasting te ontwijken of ontduiken. Een schijnhuwelijk of dienovereenkomstig geregistreerd partnerschap kan bijvoorbeeld een huwelijk of partnerschap zijn ten behoeve van een verblijfsvergunning, of een erfenis, of hoge vrijstelling van erfbelasting. Er is ook de mogelijkheid dat de ene partner zo'n motief heeft en de andere dit niet weet en zelf een traditioneel motief heeft.

De genoemde categorieën schijnconstructies overlappen trouwens elkaar.

Bronnen, noten en/of referenties

  1. Van Dale klein woordenboek der Nederlandse taal, deel d-h, Utrecht/Antwerpen: Van Dale Lexicografie 2007, lemma: fraude.
  2. Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties investeert in aanpak adresfraude door extra huisbezoeken, met netto €30 miljoen opbrengst Rijksoverheid, nieuwsbericht, 25 februari 2015
  3. Plasterk: meer huisbezoeken tegen adresfraude NOS, 25 februari 2015. Gearchiveerd op 31 januari 2023.
  4. Meer huisbezoeken in strijd tegen adresfraude RTL Nieuws, 25 februari 2015
  5. 'Bestrijding adresfraude moet 42 miljoen euro opleveren' NU.nl, 21 december 2014. Gearchiveerd op 1 juli 2022.
  6. Audit of the subsidy statements (gearchiveerd)
  7. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32740-1-n1.html