catastrofe - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord catastrofe catastrofes, catastrofen
verkleinwoord catastrofetje catastrofetjes

Zelfstandig naamwoord

de catastrofe v [2]

  1. een algemene ramp
    • Wat een catastrofe!
      Het was Karl die de catastrofe veroorzaakte, maar het moet worden gezegd dat hij het onmogelijk had kunnen voorzien.[3]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. een algemene ramp

Duits: Katastrophe (de) v Engels: catastrophe (en) Frans: catastrophe (fr) v Grieks: καταστροφή (el) v Italiaans: cataclisma (it) Latijn: cataclysmos (la) Noors: katastrofe (no) m Nynorsk: katastrofe (nn) m Pools: katastrofa (pl) v, kataklizm (pl) m Spaans: catástrofe (es) v

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "catastrofe" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).

  3. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044625691
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be