aborteren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
aborteren aborteerde geaborteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

aborteren

  1. overgankelijk een foetus weghalen
    • Zij liet zich na dat nieuws meteen aborteren.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. een foetus weghalen

Duits: abtreiben (de), abortieren (de) (alleen vaktaal) Engels: abort (en), miscarry (en) Frans: avorter (fr) Spaans: abortar (es)

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "aborteren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. aborteren op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be