bijdoen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
bijdoen deed bij bijgedaan
onregelmatig volledig

Werkwoord

bijdoen [1]

  1. toevoegen, aanbrengen, bijleggen, bijmengen, bijvoegen, toegeven
Vertalingen

1.

Engels: add (en) Spaans: añadir (es)

Gangbaarheid

71 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be