genus - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord genus genera
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

het genus o

  1. (grammatica) geslacht [4]
  2. (biologie) geslacht [3], een biologisch taxon
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

63 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "genus" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord genus genera / genusse

Zelfstandig naamwoord

genus

  1. (biologie) genus; geslacht, een biologisch taxon
Hyperoniemen
Hyponiemen

Meer informatie

Latijn

Zelfstandig naamwoord

genus o (gen. generis)

  1. afkomst
  2. geslacht
  3. soort

genus o (gen. genūs)

  1. knie

Pools

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

genus m

  1. (wiskunde) genus

Meer informatie

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

genus monbezield

  1. (wiskunde) genus
  2. (grammatica) genus; geslacht
Synoniemen
  1. rod monbezield

Meer informatie

Verwijzingen