kalmeren - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kal·me·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| kalmeren | kalmeerde | gekalmeerd |
| zwak -d | volledig |
Werkwoord
kalmeren
- ergatief kalm worden
- De storm is gelukkig wat gekalmeerd.
- overgankelijk kalm maken
- De groepsleider kalmeerde de jongen.
- wederkerend zich ~ : zich kalmeren
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. kalm worden
| Duits: beruhigen (de), besänftigenn (de) Engels: calm (en), soothe (en) | Frans: calmer (fr), apaiser (fr) Spaans: sosegar (es), calmar (es), acallar (es), aplacar (es), aquietar (es) |
|---|
3. zich kalmeren
| Duits: sich beruhigen (de), sich besänftigen (de) Engels: calm down (en) | Frans: se calmer (fr) Spaans: sosegarse (es), calmarse (es), apaciguarse (es) Waals: si rapåjhî (wa), si rapåjhter (wa) |
|---|
Gangbaarheid
- Het woord kalmeren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kalmeren" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
Verwijzingen
- ↑ Wiktionnaire
- ↑ kalmeren op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be