kiesrecht - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kiesrecht -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

het kiesrecht o

  1. (politiek) (juridisch) recht om deel te nemen aan de verkiezingen voor vertegenwoordigende lichamen
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

1.

Duits: Wahlrecht (de) o Engels: suffrage (en), voting right (en) Frans: droit de suffrage (fr) m, droit de vote (fr) m Spaans: sufragio (es) m Zweeds: rösträtt (sv)

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be