kledingstuk - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: kledingstuk (hulp, bestand)
- IPA: / ˈkledɪŋˌstʏk / (3 lettergrepen)
Woordafbreking
- kle·ding·stuk
Woordherkomst en -opbouw
- samenstelling van kleding en stuk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kledingstuk | kledingstukken |
| verkleinwoord | kledingstukje | kledingstukjes |
Zelfstandig naamwoord
het kledingstuk o
- een deel van de kleding
- Hij kocht dat kledingstuk op de markt.
Vertalingen
1.
| Duits: Kleidungstück (de) o Engels: garment (en), article (en) Frans: vêtement (fr) | Ido: vesto (io) Italiaans: vestito (it) Spaans: traje (es), prenda (es) de vestir (es) |
|---|
Gangbaarheid
- Het woord kledingstuk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kledingstuk" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 98 % | van de Vlamingen.[1] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be