landtong - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord landtong landtongen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de landtong v / m

  1. smalle strook land die zich in zee of meer uitstrekt
Vertalingen

1. smalle strook land die zich in zee of meer uitstrekt

Baskisch: lurmutur (eu) Bulgaars: cинур (bg) Deens: pynt (da) Duits: Halbinsel (de) v, Landzunge (de) v Engels: headland (en) Estisch: neem (et), maanina (et) Fins: niemi (fi) Frans: cap (fr), langue de terre (fr) v Grieks: ακρωτήριο (el) Hongaars: hegyfok (hu), földnyelv (hu) Italiaans: capo (it) Noors: nes (no) Pools: przylądek (pl) Portugees: promontório (pt) Russisch: мыс (ru) Sloveens: rt (sl) Slowaaks: mys (sk) Spaans: cabo (es), lengua de tierra (es) v Tsjechisch: mys (cs) Zweeds: halvö (sv) g, landtunga (sv) g, udde (sv) g

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be