lok - WikiWoordenboek (original) (raw)
- In de betekenis van ‘haar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1] [2]
de lok v / m [3]
- haarlok, pluk haar
1. haarlok, pluk haar
lok
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lokken
- gebiedende wijs van lokken
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lokken
| 97 % |
van de Nederlanders; |
| 95 % |
van de Vlamingen.[4] |
- ↑ "lok" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be