manie - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ma·nie
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hartstochtelijke bezetenheid, obsessie’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1778 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | manie | manieënmanies |
| verkleinwoord | manietje | manietjes |
Zelfstandig naamwoord
de manie v
- (medisch) ziekelijke neiging (opgewonden psychische toestand)
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. ziekelijke neiging (opgewonden psychische toestand)
Gangbaarheid
- Het woord manie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "manie" herkend door:
| 89 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 89 % | van de Vlamingen.[2] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ "manie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be