na - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen na nader naast
verbogen naë nadere naaste
partitief na's naders -

Bijvoeglijk naamwoord

na

  1. dichtbij staand
    • Dit vereist een nader onderzoek.
      Ik proef in 't zuivre morgenlicht
      Als een nog woordeloos gedicht
      Uw naë afwezigheid — Boutens
  2. verwant
    • Dit is zijn naaste familie.
  3. (Jiddisch-Hebreeuws) bewegend (in: schwa na)[3]
Opmerkingen
Hyponiemen

Voorzetsel

  1. in tijd volgend op
    • Na regen komt zonneschijn.
      Toen Van Mierlo zich na de vorming van het kabinet-Den Uyl in 1973 terugtrok als fractieleider, werd Terlouw zijn opvolger. Het verschil met de oude leider had nauwelijks groter kunnen zijn. Van Mierlo, een ex-journalist en ex-katholiek, was een slonzige, wat warrige en breedsprakige kroegtijger; Terlouw een keurige, kalme en rationeel redenerende domineeszoon.[4]
      Uiteindelijk verloor Buikhuisen ook de steun van de universiteit. Na enkele jaren vertrok de hoogleraar naar Spanje, waar hij antiekhandelaar werd.[5]
  2. later komend in de bewegingsrichting
    • Je moet na de kerk linksaf slaan.
  3. later in tijd
    • We worden na zeven uur verwacht.
  4. later in volgorde
    • De hofdame kwam na de koningin binnen.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

na het werk doet het goed te kunnen uitrusten

dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren

als er wat naars is gebeurd, wordt het daarna weer beter

na wat te hebben gedronken ben je meestal niet meer helder van geest

als het eenmaal gebeurd is komt pas de berouw

streng ondervragen

een te late maatregel ofwel: een voorstel of oplossing die pas komt als het al voorbij is

met grote achterstand iets niet halen

Vertalingen

1. in tijd volgend op

Afrikaans: agter (af), na (af) Catalaans: darrera de (ca), després de (ca) Deens: efter (da) Duits: nach (de), hinter (de) Engels: after (en) Esperanto: post (eo) Fins: jälkeen (fi) Frans: après (fr) Fries: efter (fy) Hongaars: után (hu) Ido: pos (io) Italiaans: dietro (it), dopo (it) Latijn: post (la) Lingala: nsima (lin) Maleis: sesudah (ms) Noors: etter (no) Papiaments: patras Pools: potem (pl), za (pl) Portugees: após (pt), atrás de (pt), depois de (pt) Russisch: после (ru) + genitief (pósle) Spaans: después (es), detrás de (es), tras (es) Swahili: baada ya (sw) Tagalog: pagkalipas (tl) Turks: sonra (tr), arkasindan (tr) Vietnamees: sau (vi) Zoeloe: emva kwa- (zu)

4. later in volgorde (achter)

Bijwoord

| | vnw. bijw. | | | | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | -------------------------------------------------- | -------------------------------------------------- | | voorzetselbijwoord | na | | | persoonlijk | erna | | | aanwijz. | nabij | hierna | | veraf | daarna | | | vragend/betrekk. | waarna | |

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    nakijken: hij keek het huiswerk na
  2. prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
    erna: hij heeft er weinig na weten te bereiken.
  3. te ~ te dicht erbij, te veel in iemands vaarwater
    • Je moet hem niet te na komen, dan krijg je problemen.
Uitdrukkingen en gezegden

Dat is beneden mijn waardigheid

Iemand, veelal uit respect, uitsluiten van de gedane uitspraak

De goeden niet te na gesproken, maar de zorg kan naar mijn idee zovele malen beter.

Veel waarde hebben of van groot belang zijn; dierbaar zijn

Dat ligt me na aan het hart.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. "na" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. na op website: Etymologiebank.nl
  3. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands
  4. Bronlink geraadpleegd op 16 mei 2025 Weblink bron
    Dik Verkuil
    “Het vertrouwen van Jan Terlouw was zijn kracht en zijn zwakte” (16 mei 2025), NOS
  5. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2025 Weblink bron “Criminoloog Wouter Buikhuisen (91) overleden” (10 mei 2025), NOS
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

Voorzetsel

na

  1. naar
    «Ek smag nog na die miere, die krieke, die bye, die besies en die bloedrooi grond. »
    Ik smacht nog naar de mieren, de krekels, de bijen, de beestjes en de bloedrode grond.

Lingala

Voorzetsel

na

  1. aan, met, in

Voegwoord

na

  1. en

Papiaments

Voorzetsel

na

  1. naar; in de richting van

Pools

Uitspraak
Woordafbreking

Voorzetsel

na

  1. op; aan de bovenkant aanrakend, rustend op

Slowaaks

Uitspraak
Woordafbreking

Voorzetsel

na

  1. op; aan de bovenkant aanrakend, rustend op
  2. op; geeft een beweging aan naar oppervlak
  3. voor

Surinaams

Bijvoeglijk naamwoord

na

  1. dichtbij

Voorzetsel

na

  1. te

Tlingit

Zelfstandig naamwoord

na

  1. volk

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking

Voorzetsel

na + accusatief

  1. op; geeft een beweging aan naar oppervlak
    «Položila na televizor zelený kolíček na prádlo.»
    Ze heeft de groene wasknijper op de televisie gelegd.
  2. op; met gebruik van
    «Hrála na piano.»
    Ze speelde op de paino.
  3. voor
    «Jdeš s námi na pivo?»
    Ga je met ons mee voor een biertje?
  4. in; gedurende, tijdens
    «Na podzim padá listí se stromů.»
    In de herfst vallen de bladeren van de bomen.
  5. in
    «Takových případů je známo na tisíce.»
    Van dergelijke gevallen zijn er in de duizenden bekend.
  6. naar
    «Díval se celý den jen na televizi.»
    Hij keek de hele dag alleen maar naar de televisie.
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
Verwante begrippen

Voorzetsel

na + locatief

  1. op; aan de bovenkant aanrakend, rustend op
    «Na stole leží čtyři kancelářské sponky.»
    Op tafel liggen vier paperclips.
  2. aan
    «Jeden z obrazů již nevisel na zdi.»
    Eén van de schilderijen hing al niet meer aan de muur.
  3. in; iets dat iets anders bevat
    «Na sále je k dispozici občerstvení.»
    In de zaal zijn drankjes beschikbaar.

Verwijzingen

Tyap

Uitspraak
Woordafbreking

Lidwoord

[A] na

  1. de, het
Opmerkingen
Verwante begrippen
[B] vorm met lidwoord
enk a̱na ka
mv na hu

Zelfstandig naamwoord

[B] na mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord a̱na: darmen