pissen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Twee foto's van mensen die pissen in een toiletpot (links een man, rechts een vrouw)

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
pissen piste gepist
zwak -t volledig

Werkwoord

pissen

  1. inergatief, (informeel) vloeibare lichamelijke afvalstoffen lozen via de urinebuis
    • Hij moest heel nodig pissen.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Een misstap/stommiteit begaan, iets verkeerd doen; overspel plegen

Vertalingen

1. plassen

Arabisch: بول (ar), شخ (ar) Armeens: միզել (hy), vulgair շռել (hy) Catalaans: pixar (ca) Chinees: Duits: Wasser lassen (de), pinkeln (de), vulgair pissen (de), strullen (de), urinieren (de) Engels: piss (en), urinate (en) Esperanto: pisi (eo) Fins: vulgair kusta (fi), kindertaal pissata (fi) Frans: pisser (fr) Iers: mún (ga) IJslands: pissa (is), míga (is) Indonesisch: kencing (id) Italiaans: vulgair pisciare (it) Japans: 小便をする (ja) Koreaans: 오줌싸다 (ko) Latijn: meio (la) Macedonisch: моча (mk) Noors: late vannet (no), pisse (no), tisse (no), urinere (no) Nynorsk: late vatnet (nn), mige (nn), pisse (nn), tisse (nn), urinere (nn) Perzisch: شاشیدن (fa) Pools: sikać (pl), vulgair szczać (pl) Portugees: mijar (pt) Roemeens: pişa (ro) Russisch: ссать (ru) impf, поссать (ru) pf. Schots-Gaelisch: mùin (gd) Slowaaks: pišať (sk), cikať (sk), vulgair šťať (sk) Spaans: mear (es), empapar de meado (es), orinar (es) Tsjechisch: čurat (cs), chcát (cs) vulgair Turks: işemek (tr), çiş yapmak (tr), çiş etmek (tr) Zweeds: pissa (sv)

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "pissen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. pissen op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be