rommel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rommel -
verkleinwoord rommeltje rommeltjes

Zelfstandig naamwoord

de rommel m

  1. vele waardeloze spullen door elkaar
    Quick stond onhandig op en bleef wankelend tussen de rommel staan.[3]
    • Gooi die rommel toch eens weg!
      Ik slik mijn laatste hap door, drink nog wat water, ruim mijn rommel op, kom omhoog en hang mijn rugzak om.[4]
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1.

Engels: clippings (en), cuttings (en), chaos (en), debris (en), disorder (en), garbage (en), leavings (en), parings (en), refuse (en), remainder (en), rest (en), rubbish (en), rubble (en), tangle (en), waste (en), windfall (en) Spaans: basura (es) v, caos (es) m, desechos (es) m mv, desperdicios (es) m mv, detrito (es) m, escombros (es) m mv

Werkwoord

vervoeging van
rommelen

rommel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rommelen
    • Ik rommel.
  2. gebiedende wijs van rommelen
    • Rommel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rommelen
    • Rommel je?
      Ik open mijn rugzak, rommel tussen mijn spullen en zoek de envelop, maar vind 'm niet.[4]

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "rommel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. rommel op website: Etymologiebank.nl

  3. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. 1 2 “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be