scheepvaart - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord scheepvaart scheepvaarten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de scheepvaart v / m

  1. (verkeer) het verkeer op het water
    • In die stad vindt iedere dag veel scheepvaart plaats.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. het verkeer op het water

Afrikaans: skeepvaart (af) Deens: skibsfart (da) g Duits: Schifffahrt (de) v, Schiffsverkehr (de) m Engels: shipping (en), navigation (en) Fins: merenkulku (fi) Frans: navigation (fr) v Italiaans: navigazione (it) v Roemeens: navigație (ro) v Spaans: navegación (es) v, transporte marítimo (es) m

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be