talmen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
talmen talmde getalmd
zwak -d volledig

Werkwoord

talmen

  1. inergatief aarzelen, dralen, treuzelen
    • Hij talmde bij het afstappen van de tram, zodat er een opstopping ontstond.
Vertalingen

1. aarzelen, treuzelen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. "talmen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be