uitoefenen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
uitoefenen oefende uit uitgeoefend
zwak -d volledig

Werkwoord

uitoefenen

  1. overgankelijk in praktijk brengen
    • Hij oefende daarmee een recht uit waar nog zelden gebruik van gemaakt was.
Vertalingen

1. in praktijk brengen

Duits: ausüben (de) Engels: exercise (en), exert (en) Frans: exercer (fr) Spaans: ejercer (es)

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be